De rijken moeten weer schrik krijgen

Ik lees artikel 22 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op de website van Amnesty International (*), en denk: wie deze zin heelhuids verlaat, heeft superkracht. Aan de hand van het Engelse origineel plooi ik de betekenis zorgvuldig open en dit is wat er eigenlijk staat:

  1. Iedereen heeft, als deel van de samenleving, recht op sociale zekerheid
  2. Iedereen heeft, als deel van de samenleving, recht op de verwezenlijking van de economische, sociale en culturele rechten
  3. Die economische, sociale en culturele rechten zijn onmisbaar voor ieders waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn of haar persoonlijkheid
  4. Het realiseren van economische, sociale en culturele rechten gebeurt door middel van nationale inspanningen en internationale samenwerking, en in overeenstemming met de organisatie en de middelen van elke staat

In dit ene artikel van de UVRM worden niet alleen heel veel, maar ook ongelooflijk verstrekkende rechten toegekend, zelfs met de kleine voorwaardelijkheid die er helemaal achteraan aan toegevoegd wordt. Maar wat opvalt: er is haast niemand die aan het recht op sociale zekerheid denkt als het gaat om het verdedigen van mensenrechten.

Zijn rechten en rechters wel te vertrouwen?

Het is werk voor historici om te verklaren waarom het concept mensenrechten in onze collectieve verbeelding zo eenzijdig de nadruk op de politieke en burgerlijke rechten legt, terwijl de strijd voor sociale rechten zich bijna nooit bediende van de mogelijkheden die het mensenrechtenverdrag toch bood. De Amerikaanse historicus Samuel Moyn heeft alvast een deel van de verklaring daarvoor: ‘Rechten waren een centraal begrip in een libertaire maatschappij, wat ze verdacht maakten in de ogen van degenen die een sociale welvaartstaat voorstonden.’

In het midden van vorige eeuw was het letterlijk onvoorstelbaar dat waardig werk, eerlijke lonen, collectieve onderhandelingen, veertigurenweek en andere sociale strijdpunten ook ‘sociale rechten’ waren. Rechten moest je immers kunnen afdwingen via de rechtbank, en iedereen wist: rechters en rechtbanken waren er om de rijken en de machtigen te vrijwaren, niet om ze op hun plichten en verantwoordelijkheden te wijzen. Daar kwam bij, zegt Moyn in een interview dat ik vorig jaar met hem had, dat “in landen als België het vaak christendemocraten en soms ook ex-Rexisten waren die zich van het rechten-begrippenkader bedienden”.

De doorslaggevende factor voor succesvolle sociale zekerheid

In zijn boek Not enough: human rights in an unequal world stelt Samuel Moyn dat de mensenrechten sinds de jaren zeventig steeds meer gebruikt werden als een instrument in een bredere neoliberale strategie. Nochtans, zegt hij, was “de UVRM in 1948 eerder een gietvorm voor de welvaartstaat, met weliswaar wellicht te weinig nadruk op sociale gelijkheid”.

De welvaartstaat, waarschuwt Moyn dan weer, was niet een stap in de richting van het socialisme, maar het was wel een grote stap vooruit voor de werkende bevolking in de richting van het realiseren van hun recht op sociale zekerheid en het realiseren van hun sociale, economische en culturele rechten.

De welvaartstaat was een klassencompromis tussen arbeid en kapitaal, waarbij de staat optrad als een honest broker, dat het kapitalisme moest redden van zijn eigen ergste excessen op het vlak van uitbuiting en ongelijkheid. Moyn: “Om een welvaartstaat succesvol te maken, is één factor alvast doorslaggevend: de rijken moeten genoeg schrik hebben om overtuigd te worden bij te dragen tot en deel uit te maken van de samenleving. In de jaren vijftig en zestig zag je de combinatie van twee factoren die tot die veralgemeende angst bij de rijken leidde: een grote en georganiseerde groep werkers én het bestaan van de Sovjet-Unie. Geen van beide ‘dreigingen’ bestaat nog. China zorgt wel voor onrust, maar niet echt op ideologisch vlak. Misschien dat huidige ‘tijd van woede’ wel voor een kanteling zal zorgen, maar dat is nog niet duidelijk.”

Inclusief en internationaal

Het zit al vervat in de formulering van artikel 22 en het is ook een vaststelling die je achteraf kan maken: de welvaartsstaat werd na de Tweede Wereldoorlog uitsluitend binnen de context en de contouren van een natiestaat gerealiseerd. Dat is, als gevolg van de globalisering, vandaag niet langer houdbaar, zegt Moyn. De natiestaat heeft te weinig controle overgehouden om de nationale elite te dwingen bij te dragen aan de samenleving, en anderzijds moet toekomstgerichte sociale zekerheid noodzakelijk inclusiever zijn. ‘Omdat onze kinderen niet meer maar ook niet minder waard zijn dan een Afrikaans of een Aziatisch kind, moeten we in deze tijden van gemondialiseerde economie uiteindelijk evolueren naar een mondiale welvaartstaat. Het feit dat de oude Noord-Zuidkloof eerder verkleint, terwijl de interne ongelijkheid binnen de meesten staten juist vergroot, biedt ook een gedeeld belang om daaraan te werken.”

Het rechtse argument, dat de welvaartstaat enkel gered kan worden door de grenzen te sluiten, vind hij niet ernstig. “De reden waarom de rijken in het verleden bereid waren om de welvaartstaat te aanvaarden en mee te financieren, was niet omdat ze zich deel voelden uitmaken van één gemeenschap, maar omdat ze schrik hadden van de gevolgen van de ongelijkheid en armoede die ze veroorzaakten. Tenslotte is de natie ook maar een ideologische creatie en dus is er geen reden waarom nieuwkomers geen deel zouden kunnen uitmaken van een nieuwe ideologische staat of gemeenschap.”

Kortom: de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens was nooit een blauwdruk voor een revolutie, maar wie Artikel 22 leest en begrijpt, wordt anno 2019 wel vanzelf mensenrechtenactivist.

 

(*) Artikel 22 in de Nederlandse vertaling op de AI-site: ‘Eenieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.’

 

Over Gie Goris

Y18 2906 ABVV Metaal Universele verklaring van de mens bloggers 400x400px 012

 

Gie Goris is al meer dan 15 jaar hoofdredacteur van MO*magazine met mondiaal nieuws over migratie, mensenrechten en duurzame ontwikkeling. Gie schrijft rond conflicten in cultuur en religie, mondialisering en islamisme van Iran tot Indonesië. Regelmatig bezoekt hij de regio rond Afghanistan, waarover hij het boek Opstandland schreef, een blik op het land en de regio die al veertig jaar in een permanente staat van oorlog verkeren.

 

 © Brecht Goris