De plek waar je woont mag niet als een gevangenis zijn waar je niet weg kan. Mensen hebben het recht te verhuizen, om te beginnen in eigen land. Van Kortrijk naar Brussel verhuizen of van Antwerpen naar Durbuy: er komen praktische uitdagingen bij kijken, maar de overheid zal je geen strobreed in de weg leggen.



Internationaal ligt het moeilijker. Het Universeel Verdrag voor de Rechten van de Mens geeft iedereen het recht zijn land – of een ander land – te verlaten. Er zijn geen voorwaarden aan verbonden: of het nu gaat om gebrek aan toekomstperspectief, oorlog of ander geweld, milieuproblemen of louter persoonlijke redenen, je hebt het recht om een land te verlaten. Dat recht betekent in de praktijk echter weinig als je niet in een ander land terecht kan. En dan spelen motieven toch weer een belangrijke rol. Zo is er een principieel recht op gezinshereniging, ook al liggen er op de weg naar de realisatie van dat recht vaak heel wat obstakels. Ook in ons land is er een evolutie geweest naar regelgeving en praktijk die gezinshereniging, ook tussen minderjarige kinderen en hun ouders, bemoeilijkt.

Ook de Conventie van Genève geeft mensen het recht om in een nieuw land te verblijven, als ze aan de voorwaarden voldoen om asiel aan te vragen en erkend te worden als vluchteling. Ook hier merken we echter dat het recht op internationale bescherming al eens het onderspit moet delven tegenover beleidskeuzes om het aantal vluchtelingen in eigen land koste wat het kost te verminderen.

Het recht om het eigen land te verlaten, botst dus regelmatig met de bereidwilligheid van andere landen om mensen toe te laten. Het begrip voor het feit dat mensen een uitzichtloze situatie willen ontvluchten, slaat om in angst en onbegrip als diezelfde mensen zich in eigen land willen vestigen. Dan gaat de focus liggen op het bewaken van grenzen. Met alle gevolgen van dien. De laatste 25 jaar lieten 34.361 vrouwen, mannen en kinderen het leven in hun poging om naar Europa te migreren, en dat zijn alleen de overlijdens die werden opgetekend.

Het is ironisch dat mensen die een uitzichtloze situatie willen ontvluchten, soms moeilijker hun recht kunnen realiseren om hun land te verlaten, dan zij die weinig dringende redenen hebben om te vertrekken. In de verkiezingsperiode hoorde ik mensen wel eens zeggen ‘als die of die wint, dan verlaat ik België’. Het gemak waarmee zoiets wordt gezegd, illustreert dat we in ons land verwend zijn op het vlak van mogelijkheden om naar het buitenland te vertrekken als we daar zin in hebben. We kunnen ons om te beginnen beroepen op het vrij verkeer van personen binnen de Europese Unie. Hoewel niet zonder voorwaarden, schept het heel wat mogelijkheden om zich elders te vestigen voor korte of langere duur. En velen hebben het idee dat het ook niet zo ontzettend moeilijk zou zijn om zich buiten Europa ergens te vestigen en er professioneel aan de slag te gaan. Al zijn die mogelijkheden in de praktijk vaak beperkt tot mensen die qua inkomen en scholing hoger op de maatschappelijke ladder staan.

Het recht om zijn land te verlaten, zal op gespannen voet blijven staan met de mogelijkheden om zich elders te vestigen. Dat maakt het des te meer noodzakelijk om ervoor te zorgen dat mensen niet hoeven te vertrekken. Dat kan door internationaal oorlog en geweld tegen te gaan, armoede te bestrijden, gelijkheid te bevorderen en klimaatverandering als nieuwe oorzaak van migratie tegen te gaan. Immers als ze de keuze hebben, blijven de meeste mensen het liefst in dezelfde regio wonen. Dan blijft de uitspraak ‘als dat gebeurt, dan ben ik hier weg’ niet meer dan een boutade aan de koffietafel. Maar de oorzaken van migratie zullen we nooit voor de volle honderd procent kunnen wegwerken. En daarom blijft het belangrijk ervoor op te komen dat het recht om zijn land te verlaten geen lege doos wordt door een strikte inperking van mogelijkheden om zich in ons land en Europa te komen vestigen.

 

Over Naima Charkaoui

Y18 2906 ABVV Metaal Universele verklaring van de mens bloggers 400x400px 014

 

Naima Charkaoui was tot juli 2019 de Kinderrechtencommissaris ad interim. Ze was al actief op het commissariaat als beleidsadviseur en stond daarvoor aan het hoofd van het Minderhedenforum. Mensenrechten, kinderrechten en diversiteit zijn haar stokpaardjes. In haar boek Racisme. Over wonden en veerkracht houdt ze een pleidooi voor een betere ondersteuning van de slachtoffers van racisme.